Deflatie of inflatie: waarom het financiële systeem gewone burgers wereldwijd klem zet

In deze blog duiken we in de volgende vraag: wat betekent het eigenlijk als economen en beleidsmakers waarschuwen voor deflatie, terwijl burgers overal ter wereld juist ervaren dat alles steeds duurder wordt? De prijzen van voedsel, wonen, energie en zorg zijn immers juist de afgelopen jaren explosief gestegen. Toch klinkt er steeds vaker de waarschuwing: de dreiging van deflatie neemt toe.
Een recent artikel van Mardel Norte (klik hier) beschrijft het bovengenoemde fenomeen als een probleem voor centrale banken, maar het raakt aan een veel breder structureel vraagstuk dat zich niet beperkt tot één land of continent.
De bijkomende centrale vraag is dan ook: wat betekenen de huidige ontwikkelingen voor gewone mensen, ondernemers en samenlevingen wereldwijd? En hoe kan het dat er gesproken wordt over deflatie, terwijl de realiteit voor de meeste mensen juist het tegenovergestelde laat zien?
Het paradoxale begrippenoverzicht
Laten we eerst een aantal begrippen doornemen en toelichten wat ze betekenen, en vooral wat ze concreet betekenen voor de samenleving in de praktijk.
Inflatie betekent dat het algemene prijspeil stijgt. Deflatie daarentegen betekent dat het gemiddelde prijspeil daalt. Maar er is ook desinflatie wat inhoudt dat de inflatieratio afneemt, bijvoorbeeld van tien procent naar 2% procent, maar prijzen stijgen nog steeds, alleen minder snel.
Het verwarrende is dus dat de economen vaak over “deflatie” spreken wanneer ze eigenlijk bedoelen dat de inflatie gevaarlijk dicht bij nul komt. Ze waarschuwen niet omdat prijzen nu al dalen, maar omdat het tempo van prijsstijgingen zo laag wordt dat het kan omslaan naar werkelijke deflatie. Dit verklaart waarom het woord “deflatie” opduikt, zelfs wanneer mensen overal prijsstijgingen zien: economen doelen op een afname van het stijgingstempo, niet per se op daadwerkelijke prijsdalingen.
Deze begripsverwarring is echter slechts het topje van de ijsberg. Om te begrijpen waarom dit zo’n groot probleem is, moeten we dieper kijken naar wat deflatie werkelijk betekent voor economieën en waarom centrale banken er zo bang voor zijn.
Waarom deflatie als gevaar wordt gezien
Deflatie betekent dus nogmaals: een algemene daling van prijzen in een economie.
Economen vrezen deflatie omdat het consumenten en bedrijven kan aanzetten tot uitstelgedrag. Mensen denken dan: “Ik wacht met kopen of investeren, want straks is het goedkoper.” Hierdoor vertraagt de economische activiteit, worden er minder producten verkocht, daalt de winst van bedrijven en kunnen werkloosheid en schulden toenemen.
Om dit te voorkomen, verlagen centrale banken vaak de rente. Zo hopen ze krediet goedkoper te maken, zodat er meer wordt uitgegeven en geïnvesteerd. De Europese Centrale Bank streeft naar een inflatie van ongeveer twee procent, hoog genoeg om deflatie te voorkomen, maar laag genoeg om spaargeld niet te snel te laten verdampen.
Maar hier zit dan ook een grote verwarring en een duidelijke paradox: in de dagelijkse realiteit van de meeste mensen is er geen sprake van deflatie, maar juist van aanhoudende en voelbare inflatie. En om dit goed te begrijpen, is het belangrijk om bewust te zijn nogmaals, van het feit dat in recente discussies van de ECB wordt gesproken over ‘te lage inflatie’ of ‘het risico op deflatie’, niet omdat de prijzen nu al dalen, maar omdat de inflatie gevaarlijk dicht bij nul procent komt. Het probleem met een dergelijke benadering is dat het taalgebruik misleidend is, wat dus voor verwarringen zorgt. Als men “deflatie” zegt, bedoelen ze vaak het gevaar dat prijzen uiteindelijk gaan dalen wanneer inflatie te laag wordt. Het is dus meer een economisch waarschuwingssignaal, dan een weerspiegeling van de huidige situatie.
We zien ook dat terwijl beleidsmakers zich zorgen maken over theoretische deflatie, gewone mensen juist het tegenovergestelde probleem ervaren. Dit brengt ons dan ook bij de volgende vraag: wat betekent inflatie werkelijk voor mensen in hun dagelijks leven?
De werkelijke impact van inflatie op gewone mensen
Inflatie betekent dat de prijzen stijgen, maar de gevolgen ervan voelt niet iedereen even sterk. In de praktijk zien we juist dat sinds de coronapandemie de kosten voor essentiële zaken zoals voedsel, huur, zorg en energie in veel delen van de wereld bijna zijn verdubbeld. Tegelijkertijd zijn de inkomens in veel sectoren nauwelijks gestegen, waardoor veel mensen moeite hebben om rond te komen.
Inflatie heeft meerdere gevolgen. Spaargeld verliest dan zijn waarde. Bij 5% inflatie wordt $10000 spaargeld elk jaar $500 minder waard in koopkracht. Dit heeft meerdere ingrijpende gevolgen voor mensen en de economie. Met andere woorden, je kunt met datzelfde geld minder goederen en diensten kopen dan het jaar daarvoor. Dit leidt tot direct financieel verlies als je je geld niet actief gebruikt, bijvoorbeeld door het te investeren in activa waarvan de waarde mee kan stijgen met of sneller dan de inflatie, zoals vastgoed, aandelen of grondstoffen.
Een concreet voorbeeld is dat iemand die jarenlang spaart voor een huis met een spaarrekening waarop de rente lager is dan de inflatie, in feite elk jaar geld verliest omdat de prijs van huizen en andere essentiële goederen juist blijft stijgen, terwijl het gespaarde bedrag in waarde daalt. Dit kan mensen ontmoedigen om te sparen en juist aanzetten tot het zoeken van andere manieren om hun vermogen te beschermen, wat weer invloed heeft op investeringen en consumptie in de economie.
We zien nu al dat wonen in bijna alle delen van de wereld onbetaalbaar is geworden voor starters en mensen met een middeninkomen die lokaal wonen of in hun eigen land verblijven. Ondernemers kunnen ook steeds minder risico’s nemen en minder investeren, omdat hun kosten stijgen terwijl hun klanten minder te besteden hebben en hun spaargeld waarde verliest.
Ook mensen met lage inkomens ondervinden grote nadelen door de stijgende prijzen, omdat zij vaak het grootste deel van hun inkomen besteden aan primaire noodzakelijke levensbehoeften zoals voedsel, huur, energie en gezondheidszorg. Wanneer de kosten van deze basisvoorzieningen stijgen, moeten zij moeilijke keuzes maken: bijvoorbeeld minder of goedkoper voedsel kopen, besparen op verwarming of medische zorg uitstellen. Dit leidt niet alleen tot een lagere levenskwaliteit, maar ook tot stress en onzekerheid over de toekomst. Doordat deze essentiële uitgaven onvermijdelijk zijn, blijft er vaak weinig geld over voor andere belangrijke zaken zoals onderwijs, vervoer, het kopen van een huis, of het opbouwen van een buffer voor onverwachte uitgaven. Hierdoor worden financiële kwetsbaarheden alleen maar groter, en wordt het voor lage inkomens steeds moeilijker om financieel stabiel te blijven.
En zelfs wie zou willen investeren om de gevolgen van inflatie te compenseren, merkt dat traditionele beleggingen zoals aandelen of vastgoed momenteel vaak volatiel zijn of moeilijk toegankelijk. Daarnaast is de rente op spaarrekeningen in veel landen lager dan de inflatie, waardoor spaargeld in feite langzaam dus nogmaals: verdampt.
En laten we het belangrijkste niet vergeten: een belangrijk punt dat veel economen soms over het hoofd zien, is dat ze vooral kijken naar het gemiddelde inflatiecijfer van alle goederen en diensten samen. Terwijl dit gemiddelde kan dalen, kunnen de prijzen van essentiële levensbehoeften zoals huur, benzine en energie juist blijven stijgen. Deze primaire levensbehoeften vormen voor veel mensen het grootste deel van hun uitgaven. Tegelijkertijd is het, mede doordat mensen minder te besteden hebben, goed mogelijk dat de prijzen van minder noodzakelijke producten, oftewel secundaire en tertiaire goederen zoals elektronica en luxeartikelen, juist dalen. Hierdoor kan het gemiddelde inflatiecijfer omlaag worden gedrukt. Daardoor klopt het officiële cijfer vaak niet en weerspiegelt het niet de dagelijkse realiteit waarin mensen vooral te maken hebben met stijgende kosten voor onmisbare levensbehoeften. Dit kan bij veel mensen het gevoel oproepen dat hun situatie wordt miskend, omdat hun persoonlijke uitgaven veel sneller stijgen dan het inflatiecijfer doet vermoeden.
Deze realiteit wordt naar mijn ervaring vaak dan ook verborgen achter statistische gemiddelden die een veel positiever beeld geven dan wat mensen echt meemaken. Laten we dit nader bekijken, want het leidt tot een belangrijk probleem in de manier waarop economische gegevens worden gepresenteerd en geïnterpreteerd.
Waarom gemiddelde cijfers misleiden
Vaak wordt er in beleidsdiscussies gesproken over gemiddelden: gemiddeld inkomen, gemiddeld vermogen, gemiddelde inflatie. Maar die ‘’gemiddelden’’ verbergen structurele ongelijkheid.
Als bijvoorbeeld een klein percentage van de bevolking miljardair is, lijkt het “gemiddelde vermogen” in een land hoog, terwijl het merendeel van de mensen nauwelijks buffers heeft, geen eigen woning bezit en geen toegang heeft tot financiële markten.
Deze statistische scheefgroei zorgt ervoor dat sommige beleidsmakers minder goed zicht dan krijgen op de realiteit van gewone burgers. Beleid wordt dan vooral gebaseerd op macro-economische modellen, terwijl de situatie in de dagelijkse praktijk complexer kan zijn. De werkelijke vermogensongelijkheid wordt door deze gemiddelden minder zichtbaar, waardoor de kloof tussen rijk en arm mogelijk groter is dan sommige beleidskringen erkennen.
Sterker nog, tijdens veel evenementen waar ik tot nu toe ben geweest, lijkt het alsof sommige belangrijke figuren en economen niet goed begrijpen wat er werkelijk speelt, omdat zij te ver verwijderd zijn van de dagelijkse realiteit van arme mensen. Als ik dan bijvoorbeeld vraag hoeveel arme mensen of arme wijken zij zelf daadwerkelijk hebben bezocht, hoe representatief hun gegevens zijn en hoe valide hun steekproeven zijn, word ik vaak aangekeken alsof ik een onbekende taal spreek. Dit laat zien hoe groot de kloof is tussen theorie en praktijk en hoe moeilijk het soms is om aandacht te krijgen voor de echte problemen van kwetsbare groepen.
Tot slot, zoals hierboven al bleek, sluit het inflatie meetsysteem vaak niet aan bij wat mensen echt voelen. Prijzen van basiszaken stijgen vaak, terwijl het officiële inflatiecijfer daalt door goedkopere producten. Hierdoor klopt het beeld van financiële druk dus kortom niet altijd. Deze vertekening hangt samen met een ander structureel probleem: de ongelijke verdeling van de belastingdruk, waarbij de grootste profiteurs soms juist het minst bijdragen. Hieronder leg ik kort uit wat dit betekent.
De belasting paradox: sommige bedrijven ontwijken, burgers betalen
Een ander structureel probleem is de verschuiving van de belastingdruk naar burgers, terwijl sommige multinationals via slimme constructies belastingen ontwijken. Ze registreren hun winsten bijvoorbeeld in zogenaamde ‘’belastingparadijzen’’, dat zijn landen of gebieden met zeer lage of geen belastingtarieven. Zo profiteren ze van verschillen in wetgeving tussen landen en dragen daardoor relatief minder bij aan de nationale begrotingen. Daarnaast investeert een aantal van deze bedrijven grote vermogens in de aandelenmarkt en verdienen ze veel geld met behulp van geavanceerde technologieën zoals supercomputers. Met ondersteuning van de zogenaamde quant funds en high-frequency trading maken ze gebruik van complexe algoritmes om razendsnel te handelen en zo winst te maximaliseren. Belangrijk is hierbij om te realiseren dat veel van deze inkomsten door de overheden vervolgens vaak niet als reguliere bedrijfsinkomsten worden beschouwd, waardoor ze buiten het traditionele belastingstelsel vallen. Dit versterkt de ongelijke verdeling van de belastingdruk en zorgt ervoor dat gewone burgers en kleinere ondernemers een relatief groter deel van de lasten moeten dragen.
Het gevolg van het bovenstaande is dat overheden minder belastinginkomsten dan ontvangen, waardoor er minder geld beschikbaar komt voor onderwijs, zorg, duurzaamheid en sociale vangnetten. Innovatieve programma’s en publieke investeringen worden dan ook uitgesteld of zelfs geschrapt. Ondertussen wordt de middenklasse geconfronteerd met btw-verhogingen, stijgende energiekosten en steeds meer indirecte belastingen. Op den duur betekent dit ook dat er een groot risico bestaat dat de middenklasse in veel landen dan langzaam verdwijnt, waardoor de sociale en economische ongelijkheid verder toeneemt en de druk op lage inkomensgroepen nog groter wordt. Dit kan leiden tot minder economische stabiliteit, minder sociale mobiliteit en een samenleving die steeds meer verdeeld raakt.
Het bovenstaande heeft ook gevolgen voor de inflatie. Om het tekort op te vangen, kunnen overheden indirecte belastingen zoals BTW en soms ook importheffingen verhogen om de eigen economie te beschermen. Deze maatregelen verhogen de kosten voor consumenten en bedrijven, waardoor de uitgaven van huishoudens verder toenemen. Vooral midden- en lagere inkomensgroepen ervaren hierdoor meer financiële druk, wat de economische ongelijkheid vergroot en de stabiliteit van het land kan ondermijnen. Dit beïnvloedt ook indirect de inflatiecijfers, omdat stijgende belastingen, importheffingen en kosten voor essentiële goederen de dagelijkse uitgaven van mensen verhogen, terwijl officiële inflatiecijfers dit effect vaak niet volledig weerspiegelen.
De belastingontwijking ondermijnt verder uiteraard niet alleen de overheidsfinanciën, maar ook het vertrouwen in het ‘’systeem’’. Gewone burgers zien dat zij steeds meer betalen, terwijl grote bedrijven die het meest profiteren van publieke infrastructuur en onderwijs het minst bijdragen.
Deze ongelijke verdeling van lasten creëert kortom een destructieve spiraal waarbij dalende koopkracht leidt tot nog minder belastinginkomsten, wat de problemen alleen maar verergert.
De vicieuze cirkel van dalende koopkracht
Zoals we hierboven zagen, geven mensen door de dalende koopkracht en stijgende inflatie om verschillende redenen minder uit. Dit zorgt voor minder inkomsten uit BTW en loonbelasting en vermindert de economische activiteit. Hierdoor komen de overheidsfinanciën verder onder druk te staan. Terwijl technologie, AI en automatisering snel vooruitgaan, is er voor de gemiddelde burger vaak te weinig geld vervolgens aanwezig om te investeren in eigen opleidingen, omscholing en het versterken van mentale weerbaarheid voor de toekomst.
Het gevolg is vervolgens dat de samenlevingen achterlopen op structurele vernieuwing, terwijl de druk op mensen en systemen toeneemt. Deze vicieuze cirkel versterkt vervolgens zichzelf: minder consumptie leidt tot minder belastinginkomsten, wat leidt tot minder publieke investeringen, wat weer leidt tot minder economische groei en nog minder consumptie.
Deze economische druk heeft vervolgens ook directe gevolgen voor ondernemers, die de ruggengraat vormen van elke gezonde economie, maar nu geconfronteerd kunnen worden met ongekende uitdagingen.
Waarom ondernemers momenteel wereldwijd terughoudend zijn
Ondernemen gaat over het nemen van risico’s en het creëren van kansen voor jezelf, de samenleving en de planeet. Ondernemers zorgen voor nieuwe banen, de productie van goederen, innovatie en oplossingen voor maatschappelijke problemen en milieuproblemen. Zonder hen stagneert de groei en blijft vooruitgang uit. Daarom is het belangrijk dat zij de steun krijgen om te kunnen groeien en positieve impact te maken. We zien echter dat in de huidige tijd, waarin alles duurder wordt, marges kleiner worden, lonen stijgen en consumenten minder besteden, veel kleine en middelgrote bedrijven risico’s steeds te groot en gevaarlijk vinden om te nemen.
Wereldwijd kampen ondernemers momenteel namelijk ook met inflatie: onbetaalbare huurprijzen, hoge loonkosten zonder evenredige omzetgroei, beperkte toegang tot krediet, en structurele onzekerheid door geopolitieke spanningen, stijgende energieprijzen en schaarste aan grondstoffen.
Zo zien we bijvoorbeeld in de huidige praktijk dat materialen en grondstoffen vaak twee keer zo duur zijn geworden sinds de coronacrisis. Tegelijkertijd durven ondernemers in het westen de verkoopprijzen niet in dezelfde mate te verhogen, omdat de klanten dan minder te besteden hebben. Een voorbeeld hiervan is het Douwe Egberts koffieschandaal, waarbij de inkoopprijs flink steeg, maar supermarkten in het westen niet durven de consumentenprijs te verdubbelen. Hierdoor dreigt er een tekort aan producten in de schappen.
Inflatie belemmert kortom innovatie, groei en vernieuwing, terwijl deze juist hard nodig zijn. Deze economische druk heeft niet alleen financiële gevolgen, maar raakt mensen ook persoonlijk en emotioneel, met ingrijpende effecten voor de hele samenleving.
We kunnen dus spreken over “grote systeem falen”. Inflatie treft, zoals we hierboven zagen, vooral werkende mensen en spaarders, niet alleen vermogenden. Wereldwijd kampen mensen met stijgende kosten, schulden en armoede. Globalisering zorgt er ook voor dat financiële problemen zich snel verspreiden, terwijl ongelijkheid in veel landen toeneemt. Door de omvang en complexiteit van dergelijke uitdagingen is duidelijk dat kleine aanpassingen niet genoeg zijn, er is dan ook een fundamentele verandering van het systeem nodig.
Waarom het nastreven van hogere inflatie problematisch is
Laten we nu inzoomen op waarom het nastreven van een hoger inflatiepercentage problematisch kan zijn. Daarna bekijken we wat er moet veranderen en hoe we economische systemen voor iedereen sterker en eerlijker kunnen maken.
Het fundamentele probleem van het huidige economische denken is dat centrale banken en economen inflatie vaak zien als oplossing voor economische problemen, terwijl zoals we hierboven al zagen dit voor veel gewone mensen juist het probleem is. De ECB streeft bewust naar een inflatie van 2% per jaar, wat betekent dat het leven elk jaar gemiddeld twee procent duurder wordt.
Maar wat betekent die 2% inflatie eigenlijk in de praktijk? Laten we hier eens dieper op ingaan.
Op het eerste gezicht lijkt een inflatie van 2% per jaar relatief laag en beheersbaar. Toch is het belangrijk te beseffen dat inflatie geen eenmalige prijsstijging is, maar een proces dat zich jaar na jaar opstapelt. Dat betekent dat de prijzen elk jaar met 2% stijgen bovenop de eerdere stijgingen. Over twintig jaar kan dit oplopen tot bijna 50% hogere prijzen, en over dertig jaar zelfs tot ruim 80%.
Daarnaast wordt vaak vergeten dat percentages cumulatief werken. Dit betekent dat de stijging niet elk jaar opnieuw wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag, maar over het totaal dat al gestegen is. Een concreet voorbeeld: bij een product van €100 dat elk jaar 2% duurder wordt, betaal je na het eerste jaar €102, na het tweede jaar €104,04, en zo loopt het elk jaar verder op. Na 30 jaar betaal je niet €160 (30 x 2% = 60% op €100), maar ongeveer €181, dat is 81% meer.
Voor mensen van wie het salaris niet meegroeit met de inflatie, leidt dit tot structurele verarming. Als het loon jaarlijks met 1% stijgt terwijl de inflatie 2% bedraagt, daalt de koopkracht elk jaar met 1%. Na tien jaar is dat een verlies van ongeveer 10%, maar door het cumulatieve effect voelt het vaak nog zwaarder in de portemonnee.
Daarnaast heeft een kleine stijging in de prijs van bijvoorbeeld olie of energie een veel groter effect dan het lijkt. Wanneer olie met 2% stijgt, worden de kosten voor transport, productie en distributie van bijna alle goederen duurder. Deze extra kosten worden doorberekend in de prijzen van voedsel, kleding, elektronica en andere producten. Zo leidt een prijsstijging op één punt in de keten tot een kettingreactie door de hele economie. Daardoor voelen consumenten in hun portemonnee veel meer druk dan alleen die 2% suggereert.
Het perverse is dat inflatie voor mensen met vermogen, zoals vastgoed en aandelen, juist voordelig kan zijn. Hun bezittingen stijgen in waarde, terwijl hun schulden relatief kleiner worden. Inflatie werkt zo als een verborgen belasting op mensen zonder vermogen en een verborgen subsidie voor de rijken.
Ook het argument dat inflatie nodig is om consumptie te stimuleren, gaat voorbij aan de werkelijkheid. Mensen moeten hun basisbehoeften zoals voedsel, wonen en energie toch kopen, ongeacht de prijs. Het zijn vooral luxe-uitgaven die worden uitgesteld, niet de essentiële bestedingen. Bovendien leidt het uitstelgedrag vaak tot bewustere en duurzamere aankopen, wat beter is voor zowel het milieu als de persoonlijke financiën.
Tot slot geldt dat het idee dat schulden door inflatie lichter worden, alleen opgaat voor mensen met schulden. Voor spaarders, vooral ouderen en mensen die wat voorzichtiger zijn, betekent inflatie juist dat hun spaargeld in waarde daalt. Voor hen is inflatie pure koopkrachtverlies. En mensen met spaargeld hebben vaak ook de mogelijkheid om te ondernemen, maar zoals hierboven uitgelegd, wordt dat in dergelijke situaties onmogelijk.
Kortom, de ogenschijnlijk lage doelstelling van 2% inflatie per jaar vertaalt zich in de praktijk tot een groeiende en complexe last voor huishoudens. Dit onderstreept hoe belangrijk het is om de impact van inflatie niet alleen als een abstract percentage te zien, maar als een realiteit die het dagelijkse leven van mensen diepgaand beïnvloedt.
De gevaarlijke spiraal van hogere inflatie en geldontwaarding
Wellicht het allerbelangrijkste punt: Hogere inflatie betekent dat er extra geld bijgedrukt moet worden om stijgende kosten, zoals rente, salarissen en andere uitgaven, te kunnen betalen. Dit extra geld zorgt ervoor dat de waarde van geld steeds verder daalt. Omdat het onmogelijk is om geld simpelweg weer in te trekken uit de economie, blijft er steeds meer geld in omloop komen. Dit leidt tot een vicieuze cirkel: meer geld in omloop betekent hogere prijzen, waardoor de inflatie verder stijgt.
Wanneer deze spiraal doorschiet, kan dit uitmonden in hyperinflatie: een situatie waarin de prijzen razendsnel stijgen en de koopkracht van mensen vrijwel volledig verdwijnt. Voorbeelden van landen die dit hebben meegemaakt zijn onder andere Turkije, Iran en Venezuela. Hyperinflatie is meestal onomkeerbaar en dwingt een land vaak tot drastische maatregelen, zoals het invoeren van een nieuwe munt en het intrekken van de oude, om de economie weer stabiel te krijgen.
Als belangrijke valuta zoals de Amerikaanse dollar tekenen van hyperinflatie beginnen te vertonen, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor de wereldeconomie. De dollar is immers de belangrijkste reservevaluta en speelt een cruciale rol in internationale handel en financiën. Instabiliteit hierin kan leiden tot wereldwijde economische onzekerheid, verstoringen in handelsstromen en een verlies van vertrouwen in financiële markten.
Kortom, hogere inflatie is niet slechts een abstract cijfer, het kan leiden tot een gevaarlijke neerwaartse spiraal van geldontwaarding die ernstige economische en sociale gevolgen heeft, zowel nationaal als internationaal. Het voorkomen van deze spiraal vraagt om doordachte en stevige maatregelen die verder gaan dan alleen het bijdrukken van geld.
Overigens, als we naar de geschiedenis kijken, zien we dat bijna alle valuta gemiddeld 50 tot 100 jaar meegaan voordat ze worden vervangen of sterk in waarde dalen. Dit komt vaak door te veel geld in omloop, wat inflatie veroorzaakt. Dit betekent niet dat het geld ineens waardeloos wordt, maar dat het langzaam wordt vervangen door een nieuw type geld of dat het monetair beleid wordt aangepast. Een bekend voorbeeld is de overgang van munten die volledig uit goud bestonden naar munten die deels uit goedkopere metalen waren gemaakt. Hierdoor nam de koopkracht van het geld geleidelijk af.
De oorzaak van deze waardevermindering ligt vaak bij het te snel bijdrukken van geld, iets wat al eeuwenlang voorkomt en nog steeds relevant is. De uitdaging is om hiervan te leren en het financiële systeem sterker en duurzamer te maken. Dat kan alleen met meer transparantie, verantwoord beleid en goede samenwerking tussen landen.
Wat overheden en banken nú moeten doen bij inflatie en deflatie
Zoals we zagen, hebben overheden en banken door complexe financiële systemen en soms tegenstrijdige belangen een grote uitdaging. Het traditionele beleid van centrale banken, dat zich richt op rente en geldcreatie, lost de echte problemen van burgers vaak niet op. Sterker nog: vaak is het slechts een tijdelijke oplossing die op de middellange en lange termijn juist grote problemen veroorzaakt. In het ergste geval leidt dit tot hyperinflatie, waarbij de waarde van geld snel daalt en spaargelden volledig verdwijnen, waardoor mensen uiteindelijk niets meer kunnen betalen.
Wat overheden en banken wél zouden moeten doen, wordt hieronder uitgelegd.
1: Directe koopkrachtbescherming
Overheden moeten prioriteit geven aan het beschermen van de koopkracht van burgers. In plaats van te wachten op effecten van lage rentes, zijn directe maatregelen nodig zoals gerichte belastingverlagingen voor lage en middeninkomens, energiesubsidies voor huishoudens, of een universeel basisinkomen dat automatisch meegroeit met inflatie.
2: Focus op mediane inkomens en uitsluiting van uitschieters
Het huidige systeem meet koopkracht vaak via gemiddelden die vertekend worden door extreem hoge inkomens van een kleine groep miljardairs. Dit geeft een onrealistisch beeld, waardoor beleid niet aansluit bij de meeste mensen. Daarom is het belangrijk deze uitschieters uit de berekeningen te halen en vooral te kijken naar de mediane inkomensgroep, die het grootste deel van de bevolking vertegenwoordigt. In landen als Canada en het Verenigd Koninkrijk wordt deze aanpak al gebruikt om koopkracht realistischer in kaart te brengen en gerichter beleid te maken dat echt helpt. Zo kunnen overheden en banken effectiever de koopkracht van de meeste burgers beschermen, in plaats van te focussen op gemiddelden die vooral rijkdom van enkelen weerspiegelen.
Hervorming van inflatiemeting is dan ook cruciaal. Het huidige systeem van inflatiemeting geeft een vertekend beeld omdat het gebaseerd is op gemiddelden die de realiteit van gewone mensen niet weerspiegelen. Overheden zouden moeten overstappen naar een gedifferentieerde inflatiemeting die rekening houdt met verschillende inkomensgroepen. Een gezin met een laag inkomen dat zeventig procent van zijn budget uitgeeft aan voedsel en wonen, ervaart inflatie heel anders dan een rijk gezin dat slechts twintig procent daaraan uitgeeft.
3: Strategische prijsregulering voor essentiële goederen
Voor basisbehoeften zoals voedsel, energie en wonen kunnen vrije markten falen. Tijdelijke prijsplafonds en gerichte subsidies voor producenten kunnen tekorten voorkomen en betaalbaarheid waarborgen tijdens periodes van hoge inflatie.
4: Herstructurering van het belastingsysteem
Om de ongelijke verdeling van inflatiepijn te verzachten, zijn vermogensbelastingen, hogere belastingen op speculatieve investeringen, en maatregelen tegen belastingontwijking door multinationals noodzakelijk. Tegelijkertijd kunnen progressieve consumptiebelastingen luxegoederen zwaarder belasten dan basisbehoeften.
5: Verbetering van financiële educatie en toegankelijkheid
Financiële educatie en toegankelijkheid moeten drastisch worden verbeterd. Veel mensen hebben geen toegang tot investeringsmogelijkheden die hen zouden kunnen beschermen tegen inflatie. Overheden zouden publieke investeringsfondsen kunnen oprichten die toegankelijk zijn voor alle burgers, ongeacht hun vermogen. Deze fondsen zouden kunnen investeren in inflatie-resistente assets zoals vastgoed, grondstoffen en infrastructuur.
6: Stimulering van lokale economische veerkracht
De huidige afhankelijkheid van globale toeleveringsketens maakt economieën kwetsbaar voor externe schokken die tot inflatie leiden. Overheden zouden lokale voedselproductie, energieopwekking en productie van essentiële goederen moeten subsidiëren.
7: Anticiperen op deflatiescenario’s
In plaats van deflatie te bestrijden door meer geld in de economie te pompen, wat vooral rijke mensen bevoordeelt en tegelijkertijd de waarde van de valuta verlaagt, moeten overheden zich richten op gecontroleerde deflatie. Het is daarbij van groot belang te beseffen dat veel geld bijdrukken vrijwel altijd leidt tot waardevermindering van de munt, meer inflatiedruk en uiteindelijk zelfs hyperinflatie als mogelijk eindpunt. Een effectievere aanpak is het structureel verlagen van de kosten voor basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs, energie en openbaar vervoer. Hierdoor hoeven mensen minder uit te geven, zonder dat er veel extra geld in omloop komt, wat de koopkracht beschermt zonder inflatie aan te wakkeren. Daarnaast kan het belastingstelsel worden aangepast door met name luxe-uitgaven zwaarder te belasten. Dit leidt tot een eerlijkere verdeling van de lasten zonder ondernemers, die vaak al relatief veel belasting betalen, extra te belasten. Ook kunnen lokale of complementaire valuta worden ingezet om de regionale economie te versterken zonder dat dit ten koste gaat van de waarde van de nationale munt. Door het gebruik van lokale valuta voor bepaalde diensten, zoals via ruilsystemen of tijdbanken, blijft de nationale geldhoeveelheid onaangetast. Dit vergroot de veerkracht van gemeenschappen zonder macro-economische verstoringen.
Verder dragen investeringen in betaalbare huisvesting, energie-efficiëntie en lokale voedselproductie bij aan het structureel verlagen van de vaste lasten van huishoudens. Dit maakt het leven betaalbaarder zonder dat daarvoor extra geld gecreëerd hoeft te worden. Dergelijke investeringen kunnen bovendien worden gefinancierd via groene obligaties of publiek-private samenwerkingen, wat directe druk op overheidsbegrotingen vermindert. Op de middellange termijn leveren deze projecten bovendien economische groei en lagere kosten op.
Ook schulden kunnen beter beheersbaar worden gemaakt door bijvoorbeeld microkredieten aan te bieden of leningen te herstructureren met langere looptijden en lagere rentes. Zo kunnen zowel burgers als ondernemers hun schulden aflossen, zonder dat de overheid hiervoor geld hoeft bij te drukken. Daarnaast kunnen belastingen op ongezonde of milieubelastende producten, zoals suikerhoudende dranken, tabak, alcohol of vervuilende energie, extra inkomsten genereren én maatschappelijke kosten verlagen. Zulke “health taxes” kunnen aanzienlijk bijdragen aan het dichten van financieringskloven in de zorg en volksgezondheid.
Strategische prijsregulering voor essentiële goederen zou dan ook overwogen moeten worden. Terwijl vrije markten efficiënt kunnen zijn voor luxegoederen, falen ze vaak bij basisbehoeften zoals voedsel, energie en wonen. Overheden zouden tijdelijke prijsplafonds kunnen instellen voor essentiële goederen tijdens periodes van extreme inflatie, gecombineerd met gerichte subsidies voor producenten om tekorten te voorkomen.
Tot slot kunnen publiek-private samenwerkingen bijdragen aan het betaalbaar en toegankelijk houden van sociale diensten zonder extra druk op de economie. Strikte begrotingstools en monitoringmechanismen, met duidelijke doelen en verantwoording, zorgen ervoor dat elke euro effectief wordt ingezet. Door al deze maatregelen te combineren, wordt gecontroleerde deflatie haalbaar zonder dat de munt in waarde daalt. Dit zorgt voor een stabieler en eerlijker economisch systeem waarin ook ondernemers, die al veel bijdragen, niet onterecht zwaarder worden belast.
8: Internationale coördinatie
Inflatie en deflatie hebben invloed op landen wereldwijd, waardoor internationale samenwerking tussen overheden en centrale banken essentieel is. Overheden moeten afspraken maken over belastingregels, wisselkoersen en gezamenlijke strategische voorraden van belangrijke goederen zoals voedsel, energie en medicijnen. Deze voorraden helpen om plotselinge prijsstijgingen of -dalingen te voorkomen. Tegelijkertijd verandert ons geldsysteem nu al: naast grote wereldwijde valuta zoals de Amerikaanse dollar, ontstaan steeds meer lokale digitale munten, zoals crypto valuta en community-tokens. Hoewel deze lokale valuta al op sommige plekken worden gebruikt, is er nog geen duidelijke en stabiele internationale regeling voor hun rol in de economie. Om deze nieuwe vormen van geld goed te laten werken, moeten landen afspraken maken over samenwerking met centrale valuta, officiële erkenning van lokale munten en veilig beheer.
Zo kunnen lokale valuta helpen om regionale economieën te versterken en duurzame, circulaire handelsstromen te stimuleren. Internationale samenwerking moet zich daarom niet alleen richten op het beheersen van de wereldwijde economie, maar ook op het ondersteunen van lokale innovatie en zelfstandigheid in financiële systemen. Technologieën zoals blockchain en kunstmatige intelligentie kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, mits ze bijdragen aan brede welvaart en inclusiviteit. Op deze manier ontstaat een nieuw evenwicht waarin wereldwijde en lokale belangen elkaar versterken in plaats van tegenwerken.
9: Meer transparantie en democratische controle over monetair beleid
Het is belangrijk dat burgers meer betrokken worden bij beslissingen over geldzaken, zodat hun mening mee bepaalt welke keuzes worden gemaakt. Daarbij moet ook duidelijk worden gekeken naar hoe het beleid verschillende groepen in de samenleving raakt.
10: (Gen) AI als hulpmiddel inzetten om inflatie te beheersen
(Gen)AI kan een krachtig instrument zijn om inflatie en hyperinflatie effectief te managen. Door realtime economische data te analyseren en voorspellende modellen toe te passen, kunnen overheden beleidsopties simuleren en hun sociale en economische impact op korte én lange termijn inschatten. Zo wordt inzichtelijk welke maatregelen welke bevolkingsgroepen raken, wat de effecten zijn op koopkracht, werkgelegenheid en toegang tot basisvoorzieningen. Dit maakt beleid preciezer, rechtvaardiger en toekomstbestendiger. Daarnaast kan (Gen) AI helpen bij het optimaliseren van logistieke ketens, het voorspellen van schaarste en het stabiliseren van prijzen. In extreme gevallen, zoals hyperinflatie, kan AI zelfs worden ingezet voor het ontwikkelen en beheren van alternatieve valuta zoals lokale tokens of blockchain-munten, om economische activiteit op lokaal niveau draaiende te houden wanneer het nationale systeem faalt.
> Fintech en AI samen maken slimmer en toekomstgericht werken ook mogelijk. Met scenario’s en AI als hulpmiddel worden doelen sneller en effectiever bereikt. Hoe dat precies werkt, wordt in een aparte blog in de toekomst uitgelegd. Hou de blog dus in de gaten.
11: Voorbereiding op systeemverandering
Voorbereiding op systeemverandering is wellicht het belangrijkste aandachtspunt. Het huidige financiële systeem is instabiel en vergroot de ongelijkheid steeds verder. Overheden zouden moeten experimenteren met alternatieve monetaire systemen, zoals lokale valuta’s, tijdsbanken en blockchain-gebaseerde systemen die minder afhankelijk zijn van traditionele banken en centrale autoriteiten. Hieronder volgt een nadere toelichting.
Bovengenoemde complexe uitdagingen en oplossingen vragen om een fundamenteel andere rol van de overheid. Het is niet langer voldoende om alleen rentetarieven aan te passen, er moet actief worden ingegrepen om de negatieve effecten van het huidige systeem te compenseren en om alternatieven voor te bereiden.
Wat verder nog nodig is en vooral nu al mogelijk is
Het oude model van ‘economische groei door consumptie’ heeft eigenlijk zijn grenzen al bereikt. We hebben wereldwijd behoefte aan een nieuw, toekomstbestendig systeem dat uitgaat van werkelijke waarde in plaats van abstracte groei. Een systeem dat zich richt op duurzaamheid, gezondheid, kennis en welzijn in plaats van alleen maar meer consumptie. Dat lokale en circulaire economieën stimuleert in plaats van alles te centraliseren. Dat nieuwe vormen van ruilwaarde, tijdsbesteding en co-creatie ondersteunt.
We hebben beleidsmodellen nodig die ontwikkeld worden op basis van wat mensen werkelijk nodig hebben, niet op basis van abstracte economische theorieën. Dit betekent meer dus investeren in tijdsbanken, lokale valuta, coöperaties, en andere vormen van economische organisatie die mensen meer controle geven over hun eigen leven.
Het betekent ook herdenken van wat we verstaan onder ‘waarde’. Tijd, zorg, creativiteit, gemeenschap, dit zijn allemaal vormen van waarde die niet goed gemeten worden in ons huidige economische systeem, maar die essentieel zijn voor menselijk welzijn.
Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen op dit gebied is de opkomst van blockchain-technologie en digitale valuta’s die echte decentralisatie mogelijk maken. Deze technologieën bieden concrete alternatieven voor het huidige, gecentraliseerde financiële systeem dat veel mensen uitsluit. Zo kunnen op blockchain gebaseerde systemen en digitale valuta’s, zoals lokale community tokens, gemeenschappen in staat stellen hun eigen economische ecosystemen te creëren, onafhankelijk van traditionele banken en centrale autoriteiten. Denk bijvoorbeeld aan een lokale munt die alleen gebruikt kan worden voor diensten binnen een bepaalde regio, waardoor geld lokaal blijft circuleren en lokale ondernemers ondersteunt. Daarnaast is er tokenization, wat het mogelijk maakt om eigendom van assets te verdelen over veel kleinere eenheden, waardoor investeringen toegankelijker worden voor gewone mensen. In plaats van een heel huis te moeten kopen, kunnen mensen bijvoorbeeld tokens kopen die een klein deel van vastgoed vertegenwoordigen, of tokens die hen recht geven op een deel van de opbrengst van zonnepanelen in hun buurt.
Ook zogenoemde Decentralized Autonomous Organizations (DAOs) kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Dit zijn organisaties die op een revolutionaire manier functioneren: beslissingen worden gezamenlijk genomen door alle leden, zonder traditionele hiërarchieën. DAOs kunnen eigendom beheren, projecten financieren en waarde eerlijk en transparant verdelen. Stel je bijvoorbeeld een DAO voor die zonnepanelen beheert in een wijk, waarbij alle bewoners mede-eigenaar zijn en profiteren van de opgewekte energie. Of een DAO die lokale kunstenaars ondersteunt, waarbij community leden stemmen over welke projecten worden gefinancierd met gezamenlijke middelen. De noodzaak voor zulke veranderingen wordt steeds urgenter nu de gevolgen van het huidige systeem zich opstapelen en nieuwe uitdagingen zich aandienen.
Betalen met virtuele munten via platforms zoals Twitter of het aanbieden van abonnementen via Facebook is inmiddels al sowieso mogelijk. Dit creëert een nieuw digitaal betaalsysteem waarin gebruikers direct en veilig kunnen betalen zonder tussenkomst van banken of traditionele betaalproviders. Zo ontstaat er meer financiële autonomie en snelheid in transacties, vooral binnen online gemeenschappen.
Verder ontstaan steeds meer lokale initiatieven waarbij mensen gezamenlijk hun dataverkeer delen met bijvoorbeeld buren. Door internetverbindingen te bundelen, kunnen zij de kosten van breedband aanzienlijk verlagen en zorgen voor betere toegang tot snelle en betaalbare internetdiensten. Dit stimuleert niet alleen samenwerking binnen de buurt, maar draagt ook bij aan het verminderen van individuele lasten.
Ook zien we innovatieve woonprojecten waarbij groepen burgers samen een appartementencomplex aankopen en gezamenlijk beheren. Deze coöperatieve woonvormen zijn vaak gericht op zelfvoorziening en duurzaamheid. Bewoners investeren gezamenlijk in duurzame technologieën, zoals zonnepanelen, waarmee ze zelf energie opwekken. Deze zonne-energie kan lokaal worden gedeeld binnen de gemeenschap, waardoor de afhankelijkheid van het traditionele energienetwerk afneemt en de energiekosten voor iedereen dalen. Bovendien worden deze gebouwen soms ontworpen met ruimte voor lokale voedselproductie, zoals gemeenschappelijke tuinen of kassen, wat de leefbaarheid en zelfredzaamheid van de gemeenschap verder versterkt.
Nog interessanter zijn de volledig nieuwe economische modellen die ontstaan, waarbij geld helemaal geen rol meer speelt. Deze systemen zijn gebaseerd op directe uitwisseling van waarde tussen mensen, zonder tussenkomst van financiële instellingen.
Capaciteitsruil is een krachtig voorbeeld hiervan. Stel je voor dat een grafisch ontwerper zijn diensten ruilt voor de IT-ondersteuning van een programmeur, die op zijn beurt weer website-onderhoud ruilt voor boekhoudkundige diensten van een accountant. Deze driehoeksruil creëert waarde voor alle betrokkenen zonder dat er geld aan te pas komt.
Tijdsbanken werken volgens een vergelijkbaar principe: één uur werk van persoon A is altijd gelijk aan één uur werk van persoon B, ongeacht wat voor werk het is. Een arts die één uur medisch advies geeft, krijgt daarvoor één tijdscredit die hij kan inwisselen voor één uur tuinonderhoud van een hovenier. Dit systeem erkent dat alle menselijke tijd gelijkwaardig is.
Dan hebben we bijvoorbeeld ook Skill-sharing platforms, die het mogelijk maken om kennis en vaardigheden direct uit te wisselen. Iemand die piano kan spelen, geeft lessen aan iemand die wil leren koken, die op zijn beurt kooklessen geeft aan iemand die gitaar kan spelen. Deze circulaire uitwisseling van kennis creëert waarde zonder geld.
In verschillende delen van de wereld zien we ook al andere succesvolle experimenten met nieuwe modellen, zoals bijvoorbeeld CSA (Community Supported Agriculture). Bij CSA betalen consumenten vooraf voor een heel seizoen groenten en krijgen ze wekelijks een doos met verse, lokale producten. Dit zorgt ervoor dat boeren financiële zekerheid hebben en dat consumenten gemakkelijk toegang krijgen tot gezond voedsel.
We hebben dan ook bijvoorbeeld Repair Cafés en Tool Libraries, welke laten zien hoe gemeenschappen kunnen samenwerken om resources te delen in plaats van alles individueel te bezitten. Waarom zou iedereen een boormachine moeten kopen die ze maar een paar keer per jaar gebruiken?
In Nederland zien we ook de opkomst van Co-housing projecten en ECO-villages. Hierbij experimenteren bewoners met gedeeld eigendom en collectieve besluitvorming. Samen investeren ze in duurzame technologieën en voorzieningen die voor individuen vaak te duur zijn om alleen te betalen.
Waarom onze economie fundamenteel anders moet: leren van herhalende crises
Er bestaat een bekend gezegde: ‘If you always do what you’ve always done, you’ll always get what you’ve always got.’ Dit geldt ook voor onze economie. Ondanks dat we uit het verleden kunnen leren, lijken we toch telkens dezelfde fouten te herhalen: gemiddeld vindt er elke tien jaar opnieuw een economische crisis plaats. Dit patroon laat zien dat er iets fundamenteels moet veranderen in hoe we de economie sturen en hoe we ernaar kijken.
Onze huidige economische systemen en beleidsinstrumenten zijn vaak niet ontworpen om duurzaam en veerkrachtig te zijn. We blijven vasthouden aan oude denkwijzen en mechanismen, terwijl de wereld om ons heen snel verandert. Hierdoor ontstaan steeds weer dezelfde problemen: periodieke economische crises, toenemende ongelijkheid, inflatie, stijgende armoede wereldwijd, groeiende onzekerheid en zelfs (handels)oorlogen.
Deze economische crises, zoals de recessies van de jaren 80, de financiële crisis van 2008 en recente verstoringen door pandemieën en geopolitieke spanningen, laten zien hoe kwetsbaar ons systeem is. Ze brengen grote schade toe aan mensenlevens, markten en maatschappelijke stabiliteit. Toch lijken we onvoldoende structurele veranderingen door te voeren om herhaling te voorkomen.
Als we echt willen voorkomen dat deze cycli zich blijven herhalen, is het nodig om niet alleen de instrumenten en regels aan te passen, maar ook onze mindset. We moeten anders gaan denken over groei, waarde, risico en samenwerking. Door scenario-gebaseerd werken en slimme tools zoals AI in te zetten, kunnen we beter anticiperen op toekomstige uitdagingen en effectiever sturen.
Kortom, de sleutel ligt in het durven loslaten van oude patronen en het ontwikkelen van nieuwe, toekomstbestendige sturingsmechanismen. Alleen zo kunnen we zorgen voor een economie die niet steeds dezelfde fouten maakt, maar wél duurzame vooruitgang boekt.
Tot slot
We staan kort gezegd op een belangrijk keerpunt. De huidige crisis is niet alleen financieel, maar ook sociaal, mentaal en ecologisch. Het oude systeem faalt en vraagt om een fundamentele verandering. Kleine aanpassingen, zoals het veranderen van rentetarieven, zijn niet genoeg, soms kunnen ze zelfs zoals we hierboven zagen averechts werken.
Als miljoenen mensen wereldwijd het gevoel hebben dat sparen zinloos is omdat inflatie hun vermogen vermindert, dat ondernemen te riskant is door onvoorspelbare markten, en dat investeren onhaalbaar is door hoge kosten en onzekerheid, dan is het duidelijk dat er méér moet veranderen dan alleen de rente. We hebben een economisch systeem nodig dat écht werkt voor mensen, waar financiële zekerheid, eerlijke kansen en duurzame groei centraal staan, niet een systeem dat mensen dwingt te consumeren en hen in de steek vervolgens laat.
Daarom hebben we moed, creativiteit en solidariteit nodig om een nieuw, rechtvaardig en duurzaam economisch systeem te bouwen waarin niemand achterblijft. Verandering is onvermijdelijk. De vraag is of we die bewust vormgeven, of blijven vasthouden aan een falend model…. ?!
Lees ook deze blog als je wilt weten hoe de prijzen van goederen worden beïnvloed door de aandelenmarkt, zelfs wanneer de markt sterk schommelt en erg volatiel is.
Meer blogs volgen
In de komende blogseries over dit onderwerp leg ik helder uit welke stappen jij kunt nemen om je vermogen te beschermen. Ook bespreek ik nieuwe verdienmodellen en systemen die kunnen bijdragen aan een eerlijker wereldwijd financieel systeem. Houd mijn blogs dus goed in de gaten, en voel je vrij om een reactie hieronder te plaatsen als je vragen hebt, ervaringen wilt delen of input hebt voor vervolg onderwerpen.


